Onlangs verscheen het eerste Statusrapport Nederlandse Biodiversiteit. Het rapport geeft een overzicht van de stand van zaken van de biodiversiteit in Nederland, van de amfibieën tot de zakpijpen aan toe. De boodschap in het 120 pagina’s tellende rapport is tweeledig: het gaat niet goed met de Nederlandse biodiversiteit, maar herstelmaatregelen hebben effect. En: als we willen kan Nederland koploper biodiversiteitsherstel worden, in plaats van kampioen biodiversiteitsverlies.
Waar beter een gesprek voeren over biodiversiteit dan bij Naturalis Biodiversity Center in Leiden? Ik spreek af met projectleider Merel Bozua-Hope en senior onderzoeker Michael Stech, beiden verbonden aan Naturalis dat verantwoordelijk is voor het rapport.
Het gesprek start met de boodschap van het rapport, die somber is maar ook hoop biedt. Bozua-Hope: „Kleine maatregelen kunnen positief effect hebben, maar de neergang is groter dan de opwaartse schaal. Het feit dat het goed gaat met de ooievaar wil niet zeggen dat het ook met de biodiversiteit in zijn geheel goed gaat. Als je kijkt naar de vlinders waarvan de populatie sinds 1992 met 56% is afgenomen, dat is echt shocking.”

