De biotopen rond kastelen en buitenplaatsen – eeuwenlang oriëntatiepunten in het landschap – staan onder druk. Wegen, woningen, maar ook industrie, kabels en leidingen, zonneparken en windturbines tasten het landschap steeds vaker aan. ‘Hoe zorgen we ervoor dat toekomstige generaties dit bijzondere culturele erfgoed ook nog kunnen ervaren?’
Het twintigste Platform Kastelen en Buitenplaatsen, dat vrijdag 25 april plaatsvond bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) in Amersfoort, zette de bedreigingen en bescherming van kastelen en buitenplaatsen en omringend landschap centraal.
Eugène van Bouwdijk Bastiaanse, voorzitter van de Vereniging Particuliere Historische Buitenplaatsen (VPHB), opende de platformbijeenkomst. „Kastelen zijn ooit gebouwd als defensieve gebouwen. Later werden ze omgebouwd tot buitenplaatsen, die dienden als speeltje voor de elite. Tegenwoordig hebben ze vaak weer een maatschappelijke functie, waar iedereen van genieten kan. Ooit waren er in totaal 6.000 kastelen en buitenplaatsen, nu zijn er nog zo’n 600 over. De druk op het gebruik van het land wordt steeds groter door onder meer woningbouw, wegenaanleg en windmolens. Ze tasten zichtlijnen aan, versnipperen het landschap en sluiten kastelen en buitenplaatsen in – met verlies van de erfgoedwaarden en de beleving tot gevolg. En ongecontroleerde aanleg van ondergrondse bekabelingen blijkt een bedreiging voor bestaande beplanting.”

