Vorige

Project Groene Buurt, Koele Buurt

Bewoners versteende Utrechtse wijken meten hitte met sensoren

Beeld
Queenie Scholtes

Moritz Harzenetter, projectleider klimaatadaptatie bij Natuur en Milieufederatie Utrecht (NMU), kan er niet over uit waarom bij hittegolven in de media vrijwel altijd plaatjes en beelden te zien zijn van blije kinderen die met water spelen. „Hitte kan zorgen voor hoofdpijn, duizeligheid, concentratieverlies, vermoeidheid, hitte-uitputting, hitteberoerte, en mensen gaan eraan dood.”

Hoe urgent problemen rondom hitte zijn, blijkt volgens Harzenetter uit recent onderzoek van het Grantham Institute waaraan onder meer het KNMI heeft meegewerkt. „Door klimaatverandering zijn hittegolven in steden nu drie keer dodelijker. Dit is geen probleem voor de toekomst: we ervaren nu al de gevolgen van de klimaatcrisis en die zouden ook in de media zichtbaarder mogen zijn.”

Harzenetter zet zich daarom met hart en ziel in voor het project ’Groene Buurt, Koele Buurt’. „Natuurlijk weten we al dat het in steden warmer wordt. Maar we willen onderzoeken hoe heet het in deze wijken daadwerkelijk wordt en welke locaties het sterkst opwarmen.”

Sensor

In de zomer van 2024 deden ruim honderd bewoners van groenarme, versteende wijken aan dit project mee. Zodra zij naar buiten gingen, activeerden ze een sensor. Die meet om de veertig seconden de temperatuur, luchtvochtigheid en registreert de locatie en tijd. Het leverde ruim 45.000 observaties op.

Dat lijkt mooi, maar toen de gemeente Utrecht met de data aan de slag wilde, bleek dat niet eenvoudig. Albin Hunia is adviseur Groen van de gemeente Utrecht en klopte aan bij een data-expert.

Moritz Harzenetter, projectleider klimaatadaptatie bij ­Natuur en Milieufederatie Utrecht (links) en Albin Hunia, adviseur Groen van de gemeente Utrecht, op een van de meest versteende pleinen in het onderzoeksgebied.

„We hebben eerst de data moeten opschonen. De opstart van de sensor heeft tijd nodig. Hij moet verbinding maken met de satelliet en acclimatiseren aan de temperatuur. Ook droegen mensen de sensor buiten de wijken. Dat is niet erg, maar die data gebruiken we niet. Uiteindelijk bleven er 8.000 observaties over. Dat lijkt weinig, maar dat waren wel bruikbare data.”

Maar zelfs opgeschoond bleek het goed in kaart brengen van die data lastiger dan gedacht. „Eigenlijk”, geeft Hunia toe, „konden we geen harde conclusies trekken. Ik had graag met concrete resultaten gekomen, bijvoorbeeld dat het in die wijken inderdaad twee graden warmer is, maar we hadden te weinig data om dat hard te maken.”

Gezondheidscrisis

Met de lessen die zijn getrokken uit de onderzoeksresultaten van afgelopen jaar, zijn bewoners opnieuw gevraagd om mee te doen met het onderzoeksproject ’Groene Buurt, Koele Buurt’. Een van de deelnemers is Laurens die in de Utrechtse wijk Kanaleneiland woont.

„Wij zijn de eerste bewoners nadat ons huurhuis volledig is gerenoveerd, maar al na de eerste zomer dachten mijn vriendin en ik: hoe houden we dit vol?” Toch wonen ze er inmiddels al drie jaar. „Het huis was gerenoveerd, maar dan voor het klimaat van twintig jaar terug. Het is niet voorbereid op de toekomst. Dus hebben we maar op eigen kosten zonwering geplaatst.”

Laurens en Ratna uit de wijk Kanaleneiland doen aan het tweede onderzoek mee. Ze installeren hun sensor en verbinden die met hun smartphone, om zo data door te kunnen geven. Ratna: „Hitte is ongelijkheid, verstening is ongelijkheid.”

Ratna, de vriendin van Laurens, knikt. „Hitte is ongelijkheid, verstening is ongelijkheid. Hetzelfde geldt voor energie, de mensen met de minste financiële mogelijkheden ondervinden vaak de meeste problemen. Maar kijk ­bijvoorbeeld naar de wijk Oog in Al die tegen Kanaleneiland aanligt. Daar is het supergroen en kunnen kinderen lekker buitenspelen. Daarom doe ik aan dit onderzoek mee. Ik hoop dat er wat verandert, want klimaatverandering is ook een gezondheidscrisis en die treft de armere wijken het eerst.”

Klimaat-onrechtvaardigheid

Harzenetter is het daar volledig mee eens. „Er is inderdaad sprake van klimaat-onrechtvaardigheid. De mensen die het meest worden blootgesteld aan de gevolgen van klimaatverandering zijn het minst weerbaar. Hun economische status is vaak lager, waardoor zij minder geld kunnen besteden aan maatregelen om hitte­overlast tegen te gaan.”

Als eerste wordt vanuit de overheid vaak ­gedacht aan vergroening, maar opvallend genoeg stuit dat met enige regelmaat op weerstand, heeft Hunia gemerkt.

„Om te vergroenen hadden we in een versteende wijk op een bepaalde plek bomen geplant, maar daarvoor moesten parkeerplaatsen wijken. Dat viel niet goed. De beschikbare ruimte is beperkt en niet iedereen heeft dezelfde belangen. En dan is dit nog boven de grond. Ondergronds liggen allemaal kabels die vergroening bemoeilijken. Een boom planten lijkt simpel, maar dat is het in de praktijk niet.”

Gericht meten

„We zullen dus naast vergroening ook naar andere oplossingen moeten kijken”, vult Harzenetter aan. „Er zijn meerdere redenen waarom de temperatuur van een locatie anders kan aanvoelen. Geluid, fijnstof, geur en wind spelen bijvoorbeeld ook een rol. Maar om te weten wat we daartegen kunnen doen, moeten we eerst begrijpen wat er allemaal van invloed is en daarom hebben we deze zomer meer gericht onderzoek gedaan.”

„Bewoners is deze zomer gevraagd om op specifieke tijden en specifieke plekken te meten”, legt Hunia uit. „Door gerichter te kijken naar bepaalde plekken op bijvoorbeeld hete dagen, krijgen we meer inzicht. Daarnaast vragen we bewoners nu met online vragenlijsten ook naar hun beleving.”

Bijdrage bewoners

De saamhorigheid tussen bewoners, en samenwerking tussen bewoners en overheid is voor sommige deelnemers ook een reden om aan dit onderzoek mee te doen, zoals voor Sevgi. „Vorig jaar heb ik ook meegedaan. Ik maak mij zorgen om het klimaat en ik ben blij dat er in Nederland aandacht voor is. Mijn man en ik komen uit Istanbul. Daar staan hoge gebouwen en kun je in de zomer amper ademhalen. Maar een onderzoek met bewoners, zoals hier, doen ze daar niet. Daarom houd ik van dit project. Niet alleen kan ik op deze manier iets voor mijn omgeving betekenen, ik word er hierdoor ook meer onderdeel van.”

Sevgi (links) en haar man komen uit Istanbul en doen ook mee aan het project. „Ik maak mij zorgen om het klimaat en ik ben blij dat er in Nederland aandacht voor is.“

Dat ze heel graag wil meedoen, ondanks het feit dat ze inmiddels niet meer in een van de onderzoekswijken woont, geeft haar enorme betrokkenheid weer. „Maar”, lacht ze, „het is niet echt een grote opgave om hieraan mee te doen, want ik houd van wandelen.”

Juist de bijdrage van bewoners is volgens Hunia cruciaal. „Als mensen zien wat het probleem is, kunnen we gezamenlijk zoeken naar oplossingen. Ik hoop dat er na deze zomer meer inzicht is in hoe hitte zich gedraagt en dat we beter begrijpen waarom het op sommige plekken warmer of juist koeler is. Dan weten we waar we actie op moeten ondernemen en dat willen we samen met de bewoners doen.”

Wat is Urban ReLeaf?

’Urban ReLeaf’ is een Europees onderzoeksprogramma waarin zes steden, samen met bewoners, onderzoek doen naar onderwerpen die gerelateerd zijn aan klimaatverandering. Utrecht is een van de steden die deelnemen aan Urban ReLeaf. De andere steden zijn Athene (Griekenland), Cascais (Portugal), Dundee (Schotland), Mannheim (Duitsland) en Riga (Letland).

Samen met de provincie Utrecht en Natuur en Milieufederatie Utrecht (NMU) doopte de gemeente Utrecht het project in dit kader ’Groene Buurt, Koele Buurt’. Binnen dit project verzamelen bewoners van groenarme en versteende wijken twee zomers lang data om zo de hitte in de wijk in kaart te brengen.

Het Europese project Urban ReLeaf heeft een budget van €5,2 miljoen.

Ontwikkelen van een community

De meeste mensen die aan dit onderzoek meedoen zijn hoog opgeleid en bovengemiddeld groen georiënteerd. Het bereiken van andere groepen blijkt een stuk lastiger. Harzenetter: „Dat is een rol die NMU heeft in het project. Wij ontwikkelen een community van bewoners die actief willen worden. Daarvoor organiseren wij activiteiten en dit jaar doen we dat doelgroepspecifiek. Zo hebben we een pubquiz-wandeling ge­organiseerd gericht op studenten en gaan we eten met mensen met een migratie­achtergrond, zodat we hun verhaal horen.

Uiteindelijk hoop ik dat we eigenaarschap bij bewoners kunnen stimuleren en activeren. Dat zij zelf aan de slag willen in hun eigen wijk, dat ze weten wat ze kunnen doen en dat de gemeente hen daarbij kan helpen. Daarom doet NMU mee.”

Tuin en Landschap 20, 2025

Gerelateerde content

Registreren

Selecteer een van de demo’s en krijg vijf dagen gratis toegang tot PlatformGroen

Onbeperkt gebruik maken van PlatformGroen?
Bekijk de mogelijkheden.

Heeft u een abonnement op Tuin en Landschap en/of De Boomkwekerij, maar geen account?
Neem contact met ons op.

Al een account?
Inloggen

Log hier in met uw account van Tuin en Landschap en/of De Boomkwekerij.

Heeft u een abonnement op Tuin en Landschap en/of De Boomkwekerij, maar geen account?
Neem contact met ons op.

Sluit venster
  • Feedback ontvangen wij graag!

Sluit venster