Molinia ofwel pijpenstrootje is een geslacht van twee inheemse soorten grassen die geliefd zijn vanwege hun luchtige bloeiwijze. Ze zijn beide uitstekend te combineren met vaste planten in een hedendaagse naturalistische beplanting. Ze houden vooral van vochtige bodems, maar verdragen ook droogte en zijn dan ook prima toe te passen in bijvoorbeeld een prairietuin.
Bij de siergrassen speelt Molinia al decennialang een belangrijke rol. M. arundinacea en M. caerulea zijn de twee soorten waarom het draait. Beide zijn inheems in Nederland. Ze groeien van nature op vochtige tot natte voedselarme zure tot neutrale bodems, bijvoorbeeld in heide- en veengebieden. Het geslacht is vernoemd naar Juan Ignacio Molina (1740-1829), een missionaris in Chili die een verdienstelijk schrijver was over de flora van dat land. Pijpenstrootje is de Nederlandse naam, maar pijpenrager was misschien beter geweest. De knooploze halmen werden volop gebruikt om de lange stelen van de Goudse pijpen door te prikken.

