De wereld van cultivarnamen, handelsnamen en merken lijkt makkelijk, maar niets is minder waar. Steeds vaker worden planten verhandeld onder een andere naam dan de cultivarnaam. Wat mag en wat mag niet als het gaat om naamgeving en gebruik?
Handelsaanduidingen en merken zijn een makkelijke manier om een product te promoten. Een handelsaanduiding is niets meer dan een woord of een combinatie van woorden, die aan de plantnaam wordt toegevoegd voor commerciële doelen. Door de handelsaanduiding te gebruiken ontstaat een gebruiksrecht, maar er kunnen geen rechten worden afgedwongen. Pas als een handelsaanduiding gedeponeerd is bij een bureau voor intellectuele eigendom (’merkenbureau’) krijgt dit een wettelijke basis. Het deponeren kan bij het BOIP (Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom), EUIPO (EU Intellectual Property Office) of bij het WIPO (World Intellectual Property Organization). Bij het BOIP en EUIPO geldt dat het ’alles of niets’ is. Als een merkdepot in een van de aangesloten landen (Benelux of EU) wordt afgewezen, wordt de gehele aanvraag afgewezen. Bij het WIPO kunnen merken in 110 landen naar keuze worden gedeponeerd.
Vaak wordt één handelsaanduiding of merk voor één bepaalde plant gebruikt, maar veel beter is het om de aanduiding te gebruiken als paraplumerk. Een paraplumerk wordt gebruikt voor series, reeksen en productlijnen die een bepaalde kwaliteit suggereren, terecht of onterecht. Voorbeelden hiervan zijn onder andere Kodiak, Mad About Mangave en Sunseekers.

