Onder het geslacht Iris vallen soorten met bollen, met dikke wortelstokken en met ’gewone’ wortels. In deze laatste groep is vooral de in mei-juni bloeiende Iris sibirica geliefd als borderplant, perfect om het gat tussen voorjaarsbloeiers en zomerbloeiers op te vullen. Daarnaast zijn er nog heel wat bijzondere soorten en irissen die geschikt zijn als oeverplant.
Ook al is de bekendste soort voor de tuin de grootbloemige Iris germanica, vanwege de langere bloeitijd winnen de irissen met gewone wortels – dunne rhizomen en fijnere wortels – aan populariteit. Je vindt bij enkele soorten zelfs wintergroen blad, bont blad of kleurrijke bessen. Bovendien stellen ze minder eisen aan de standplaats dan Iris germanica. De soorten met gewone wortels dragen geen ’baard’ zoals de baardiris, de bloemen zijn er in wit, geel, roze, paars, violet en blauw. De natuurlijke uitstraling van irissen met wat kleinere bloemen is geliefd voor eigentijdse naturalistische beplantingen, borders en bloemenweides.

