Een pleidooi voor de aanplant van meer heggen en hagen in Nederland. Niet alleen om de biodiversiteit in het landschap te versterken, maar om veel meer redenen. Dr. Kenneth F. Rijsdijk heeft samen met studenten maar liefst 21 ecosysteemdiensten van heggen geïdentificeerd. Op 22 januari verzorgde de fysisch geograaf de winterlezing van de Hortus botanicus Leiden, waarin hij deze ecosysteemdiensten toelichtte. „Waar een wil is, is een heg.”
Rijsdijk werkt als assistent-professor bij het Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteemdynamica aan de Universiteit van Amsterdam. Hij ontdekte zijn fascinatie voor heggen en hagen in het landschap toen hij in 2017 in het Franse departement Creuse was. In dit dunbevolkte gebied viel het hem op hoeveel heggen hier stonden.
„Terugrijdend van de Creuse naar het noorden zag ik het landschap steeds leger worden. Ik zag de tractoren door de velden rijden en het was er stoffig en warm. Ik dacht: hoe zou het eigenlijk staan met de heggen in Nederland? Een eeuw geleden stond er nog meer dan 225.000 km heg in ons land, en nu is hiervan 60% verdwenen. Dat triggerde mij om te onderzoeken hoe belangrijk deze heggen eigenlijk zijn en welke rol zij in het landschap hebben. Ze bieden niet alleen een woonplek, voedsel en verbinding aan talloze planten en dieren, maar beschermen ook tegen muizenplagen, overstromingen en erosie. Bovendien maken ze ons landschap lieflijk en spelen ze een rol in het verminderen van de verspreiding van ammonia, pesticiden en mens-dier overdraagbare ziekten, zoals Q-koorts. Alle seinen staan dus op groen om de heg te herintroduceren in Nederland.”

