Het park rondom Huis Doorn is bijna 29 ha groot en bevat nog altijd veel elementen die de laatste bewoner, keizer Wilhelm II, aanbracht. Hij was een fervent tuinier en liet een aantal nieuwe tuinen aanleggen. In het kader van de Dag van het Kasteel met als thema ‘Naar Buiten!’ liep Tuin+Landschap vorig jaar mee met een rondleiding over het landgoed.
Huis Doorn en het bijbehorende park is vooral bekend vanwege zijn laatste bewoner, keizer Wilhelm II. Hij kocht het huis en park van toen nog 59 ha in 1919 voor 500.000 gulden van eigenares Wilhelmina Cornelia, barones Van Heemstra-de Beaufort, de overgrootmoeder van actrice Audrey Hepburn. Na een grondige verbouwing – er kwamen modern sanitair en verwarming in het huis plus een grote keuken, extra toiletten en een personeelsroute met ijzeren wenteltrappen uit het Stadtschloss Berlijn – betrok de keizer met zijn vrouw in 1920 het huis en woonde er tot aan zijn dood in 1941.
Het park was voor het keizerspaar doorslaggevend bij de aankoop, omdat het hen niet alleen privacy en bewegingsvrijheid bood, maar ook lichaamsbeweging. Wilhelm wandelde dagelijks met zijn honden over zijn landgoed en hielp, ondanks een handicap aan zijn linkerarm, mee met het bosbeheer, zoals snoei- en kapwerk. Het hout deelde hij met feestdagen uit aan inwoners van Doorn. Ook liet hij twee nieuwe rozentuinen aanleggen en een pinetum, zijn grote trots. Eén van de rozentuinen is in ere hersteld en werd tijdens de wandeling bezocht.

