De appelglasvlinder is vooral in boomgaarden te vinden. De eitjes worden gelegd bij bastkankers en andere ruwe plekken op de stam van appel, kers, peer en meidoorn. De uitkomende rupsen boren gangen in het hout, waardoor ze een behoorlijke schade kunnen veroorzaken.
De appelglasvlinder (Synanthedon myopaeformis) is vaak in oudere boomgaarden te vinden, maar komt ook voor in tuinen met appelboompjes. Het donkerbauwe tot zwarte lichaam van de appelglasvlinder is ongeveer 15 mm. Ook de poten en antennes zijn zwart. Op het achterlijf zit een oranje ring. De vleugels zijn zwart omrand en deels zo doorzichtig als glas, vandaar de naam. Het mannetje is kleiner en slanker dan het vrouwtje.
De appelglasvlinder vliegt van begin juni tot september. De vlinder voedt zich enige tijd met nectar van allerlei bloemen en is vaak rustend te zien op stammen, takken en bladeren van appelbomen. De vleugels zijn dan in een typische V-vorm gespreid. Het vrouwtje richt haar achterlijf omhoog om een geurstof, het sexferomoon, door de wind over een grote afstand te laten verspreiden. Zo kunnen de mannetjes de vrouwtjes lokaliseren.

