Van oudsher is Syringa vulgaris een vaste waarde in de Nederlandse tuin. De laatste decennia is deze forse heester echter wat naar de achtergrond verdwenen. Jammer, want slechts weinig andere planten evenaren de overdadige en sterk geurende bloei van deze en vele andere seringen.
Behorend tot de familie van de olijfachtigen heeft Syringa enkele bekende familiegenoten als Ligustrum, Fraxinus en Olea. De meeste soorten vormen kleine tot forse heesters, een enkele groeit uit tot kleine boom. In de Nederlandse tuin is de sering een oude bekende, met name de gewone sering (S. vulgaris). Vaak is onbekend hoeveel het geslacht te bieden heeft. Met name de diversiteit aan groeivormen valt op. Daarnaast valt te kiezen uit bijvoorbeeld bontbladig en crème-geel bloeiend. Uiteraard is de (sterke) geur van de bloemen een niet te missen eigenschap, plus het feit dat ze veel insecten aantrekken.
In de laatste Naamlijst van Houtige Gewassen worden zo’n 450 verschillende seringen benoemd; voor wie hierin verdwaalt bieden enkele Dendroflora hulp. In nummer 37 (2000) worden bijna 60 cultivars van S. vulgaris met elkaar vergeleken, in 39 (2002) komen de later bloeiende selecties uit de S. Villosae Group aan bod en in 41 (2004) is er aandacht voor twee soorten die relatief laat bloeien; S. pekinensis en S. reticulata.

