Sluipwespen staan bekend als belangrijke, natuurlijke vijanden van insectenplagen. Ze leggen hun eitjes in of op andere insecten zoals bladluizen en rupsen. De larven uit de eitjes eten hun gastheer van binnenuit op. Sluipwespen komen overal voor in de natuur, maar je krijgt ze moeilijk te zien.
In de land- en tuinbouw, bermen en tuinen kunnen sommige insectensoorten tot een plaag uitgroeien. Plaaginsecten zijn te onderdrukken door inzet van natuurlijke vijanden, waaronder lieveheersbeestjes, spinnen, oorwormen, roofwantsen, zweefvliegen, vogels en sluipwespen.
Wereldwijd zijn er vele tienduizenden soorten sluipwespen. De meeste hebben een slank zwart lichaam met soms gele of rode accenten. Kenmerkend is hun legbuis, een dun en soms lang aanhangsel waarmee het vrouwtje haar eitjes op of in een gastheerinsect legt. Hoewel hun naam misschien beangstigend klinkt, zijn sluipwespen voor de mens niet gevaarlijk, maar juist nuttig omdat ze plaaginsecten reguleren. Ze worden ’parasitair’ genoemd omdat ze hun eitjes in of op een ander insect leggen. De uitkomende sluipwesplarven ontwikkelen zich in de gastheer waardoor deze sterft.

