Vakbeplanting bestaat traditioneel uit grote groepen van één soort. Het is een veel toegepaste manier om een grote oppervlakte te vergroenen, zeker in een stedelijke omgeving, maar ook in grote privétuinen en op bedrijventerreinen. Hoe kan vakbeplanting meer van deze tijd worden, insectvriendelijker en spannender voor het oog?
Voor het vullen van grote vakken zijn sterke vaste planten en heesters geliefd, vooral de soorten die weinig onderhoud vragen en er een lange periode goed uitzien. Veel van hetzelfde zorgt voor een rustige uitstraling, accentueert de vormgeving en is bovendien onderhoudsvriendelijk.
Helaas is deze beplanting in grote groepen vaak nogal saai, zoals grote perken met Lonicera nitida en Cotoneaster dammeri. Met redelijk eenvoudige aanpassingen kan vakbeplanting aantrekkelijker zijn voor het oog en, door een bewuste plantenkeuze, ook voor insecten. Daarvoor is gelukkig geen ingewikkeld beplantingsplan nodig. Een massabeplanting wordt al spannender door her en der kleine groepjes van een opvallende solitair te plaatsen.

