Eén ding hadden de Troonrede, de gepresenteerde begrotingen en het daarop volgende debat met elkaar gemeen. In plaats van dat ze zich op het komende politieke jaar richtten, lag de focus op de campagne. Het kabinet heeft immers geen meerderheid voor nieuw beleid en de verkiezingen zijn over ongeveer een maand.
Na deze zomer twee keer te zijn gevallen, komt het demissionaire kabinet-Schoof niet eens meer in de buurt van een meerderheid in de Eerste en Tweede Kamer.
Wegens die kwetsbare positie en met de aanstaande verkiezingen in gedachten, wist het kabinet dat deze Prinsjesdag niet het moment voor nieuwe plannen en uitgaven was. Tegen de aanwezige Kamerleden zei de koning dan ook „dat de polsstok van het regeringsbeleid niet verder reikt dan u toestaat.”

