In 2030 moeten alle teeltsystemen weerbaar en nagenoeg emissieloos zijn, volgens afspraken tussen sector en overheid in de ’Toekomstvisie Gewasbescherming 2030’. Hoe gaat dat er in de praktijk uitzien?
Van gangbare teeltsystemen met chemische gewasbescherming naar weerbare en nagenoeg emissieloze teeltsystemen, hoe kunnen kwekers deze transitie maken? Om ondernemers hierbij te helpen, heeft LTO Nederland het praktijkprogramma ’Weerbaarheid in de praktijk’ opgezet. Een programma dat tussen 2022 en 2025 draaide in samenwerking met partners in diverse sectoren en met financiële ondersteuning vanuit het ministerie van LVVN.
In het praktijkprogramma lag de focus op haalbaarheid, betaalbaarheid en duurzaamheid. Haalbaarheid: want er kunnen mooie technieken en maatregelen worden bedacht, maar ze moeten wel uitvoerbaar zijn in de praktijk. Betaalbaarheid: omdat een kweker uiteindelijk moet kunnen blijven verdienen aan zijn gewassen. En duurzaamheid: omdat technieken en maatregelen een zo laag mogelijke impact moeten hebben op het milieu. „Als alternatieven uiteindelijk schadelijker zijn dan de gewasbeschermingsmiddelen die worden of werden gebruikt, dan zijn we alleen maar achteruit aan het boeren in plaats van vooruit”, aldus Arno Engels, pilotleider van het praktijkprogramma in de boomkwekerij.

