Op politiek vlak gebeurt er veel rondom de huisvesting van arbeidsmigranten. Bovenop bestaande plannen op dit vlak zijn recent nieuwe wetswijzigingen voorgesteld. Over de gevolgen die al die wijzigingen bij elkaar hebben voor de beschikbaarheid van huisvesting leven in de uitzendsector de nodige twijfels en zorgen.
Begin november was er verontwaardiging over het besluit van demissionair minister Paul van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) om een aangenomen maatregel terug te draaien. De maatregel – het geleidelijk afschaffen van de mogelijkheid om maximaal 25% van het wettelijk minimumloon (WML) op het loon van medewerkers in te houden voor huisvesting – zou ingaan op 1 januari 2026 en komt van oud-SZW-minister Eddy van Hijum. De huidige minister stelt dat het afschaffen van de inhoudingsmogelijkheid investeerders in huisvesting afschrikt en het aantal woonruimtes zo te laag blijft.
Toch, zei de minister, is ze niet tegen afschaffing: „Ik vind dat je het moet doen op het moment dat andere acties en maatregelen ook echt hun vruchten afwerpen. Het gaat erom dat het echt werkt voor de arbeidsmigrant.” Bijna alle Tweede Kamerleden sloten zich in stemming aan bij Pauls voorstel om andere maatregelen af te wachten voordat de inhoudingsmogelijkheid wordt afgeschaft.

