Tussen ons en de buren is een slootje waar de natuur zijn gang kan gaan met overhangende bomen en hoge bamboe. Voor onze buurman was dat nooit een probleem. Hij hield genoeg tuin over. In de oever broedt onze grote trots: het ijsvogeltje. Steeds scheert dat prachtige helblauwe vogeltje over het water en plonst in het water voor een visje.
Maar het huis is verkocht. En dus maak ik me zorgen. Tot ik gebeld word. De nieuwe buurman vraagt of ik last heb van het overhangend groen. „Ik laat alles wegzagen, dan is het netjes en kun je er weer langs varen.” Ter plekke verschiet ik van kleur. „Eh, er broeden heel bijzondere ijsvogels… Is het een idee om er samen even naar te kijken?” Dat is goed.
De buurman ontvangt me hartelijk. Hij geeft aan dat hij ijsvogels leuk vindt, maar dat hij het netjes wil hebben. „En die bamboe, daar heb ik een hekel aan. Die moet er uit!” Hij heeft wel een punt. De bamboe heeft de hele oever in beslag genomen.

