Het is 7.20 uur en ik drink met mijn medewerkers koffie in de kantine. Eén collega missen we al een tijdje: hij is arbeidsongeschikt wegens een (aangeboren) hypermobiliteitsprobleem in zijn polsen.
Na alle vergeefse therapieën is hij geopereerd aan één hand. Bij goed resultaat volgt later de andere pols. Waarschijnlijk keert hij niet terug in het bedrijf: hij gaat zich omscholen richting jeugdwerk.
Van de vier aanwezige collega’s zitten er twee over hun polsen te wrijven: ze hebben last na een dagje werken met de accu-heggenschaar. De moed zakt mij in de schoenen. Alle aanlegwerkzaamheden zijn nu, begin juni, afgerond en het snoeiseizoen staat voor de deur. Zo’n zestig tuinen, van veelal vaste klanten, ontploffen momenteel. Na de regen van de afgelopen dagen wil het wel groeien. De telefoon staat roodgloeiend.

