Vijfentwintig jaar geleden werd ik – zoals dat nu heet – zij-instromer. Terwijl ik aan het einde van het eerste jaar van de avondopleiding Hovenier het examen grasmaaien niet mocht doen omdat ik hoogzwanger was van mijn derde kind, ben ik kort na de bevalling mijn eigen hoveniersbedrijf begonnen.
Ik had geen behoefte aan mijn eigen naam op een bus, maar in die tijd was er weinig flexibiliteit in het arbeidsleven van de gemiddelde hovenier. Solliciteren met de ’handicap’ van drie kleine kinderen heb ik niet eens geprobeerd. Wilde ik als hovenier werken, móést ik het wel op mijn eigen manier doen. Met een man die veel weg is, kun je als jonge moeder niet elke dag om half acht buiten aan de gang.
Veel opmerkingen in de trant van: ’Dat kan toch niet, om half tien bij de klant aankomen?’ Net als in mijn baan daarvoor: ’Oh, maar dit soort werk kan echt niet in deeltijd gedaan worden’. Er blijkt veel wél te kunnen. Want zoals ik altijd antwoordde, het maakt de klant niet uit of ik vóór half tien uitgeslapen heb, al bij twee andere klanten gras heb gemaaid of eerst de kinderen naar school en crèche heb gebracht. Zolang de afspraak maar duidelijk is en je je daaraan houdt.

