In mei is het feestmaand, want dan wordt het vakantiegeld uitbetaald. Vakantiegeld werd na de Tweede Wereldoorlog ingevoerd om vakantie financieel te waarborgen.
Voor die tijd hadden veel arbeiders niet voldoende financiële armslag om op vakantie te gaan. In 1968 werd het een wettelijk recht. Gelijktijdig werden ook betaalde vrije dagen ingevoerd als verbetering van de arbeidsomstandigheden.
Zodra mijn werknemers de mei-loonstrook hebben bekeken, volgen meestal de vragen. Zo ook dit jaar. ’Hoe komt het dat we zo veel belasting moeten betalen over het vakantiegeld? Er blijft amper iets van over!’ Ik kan niet meer doen dan uitleggen dat de overheid het vakantiegeld beschouwt als ’bijzondere beloning’ en dat het valt onder het hogere belastingtarief dat varieert van 35 tot 50%.

