Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gaat vanaf dit jaar eens in de twee jaar rapporteren over het middelengebruik in de land- en tuinbouw. Voorheen was dat eens in de vier jaar. Eind 2027 komen er weer nieuwe gebruikscijfers.
Het CBS voert de enquêtes naar het middelengebruik uit op basis van Europese verordeningen. Deze zijn echter aangepast waardoor het CBS verplicht is de frequentie van de enquêtes onder ondernemer in de land- en tuinbouw te verhogen. Dit betekent dat eind 2027 er weer nieuwe cijfers komen die gaan over 2025 en 2026.
Het CBS voert sinds 2011 de enquêtes uit op basis van Europese wetgeving (1185/2009). Die laatste legt vast op welke wijze en over welke middelen (werkzame stoffen, conform de verordening 1107/2009) de gegevens verzameld dienen te worden. Voor de enquêtes trekt het CBS representatieve steekproeven ten aanzien van het aantal bedrijven en areaal onder bedrijven die in de Landbouwtelling aan hebben gegeven bepaalde gewassen te telen.
Bedrijven zijn verplicht de enquête te beantwoorden, er zit handhaving op. In de enquêtes worden alleen gewasbeschermingsmiddelen zoals gedefinieerd bij het Ctgb (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden) uitgevraagd. Hulp- en basisstoffen vallen hier niet onder.
In 2024 zaten er bijvoorbeeld 150 bedrijven met lelies in de steekproef en zij kregen de enquête. Van die lelietelers heeft meer dan 90 procent de vragenlijst ingevuld, een hoge respons. Zij geven het middelengebruik op op basis van hun eigen middelenregistratie. Dit betekent dat alleen de middelen die gebruikt zijn op de teeltbedrijven worden opgegeven (en bijvoorbeeld niet na-oogstbehandelingen bij afnemers). De opgegeven cijfers waren uitsluitend digitaal en directe levering vanuit een register was niet mogelijk. Bij het CBS worden de gegevens gecheckt op fouten in eenheden, ontbrekende informatie enzovoort.
Afzetcijfers middelen stuk hoger
Het CBS geeft aan dat ze bij de laatste cijfers over gewasbeschermingsmiddelen – waar ze een flinke afname zagen in het gebruik – dat ook terugzien in de verkoopcijfers in de afzet. In die laatste cijfers wordt echter alleen het totaalniveau bijgehouden en niet bijvoorbeeld cijfers naar teelt.
Het is al jaren zo dat de cijfers van het CBS grofweg de helft lager zijn dan die van de statistieken over de afzet van gewasbeschermingsmiddelen. Het CSB vindt dat de afzetcijfers als meer compleet kunnen worden beschouwd. Het verschil tussen gebruiks- en afzetcijfers van middelen kan het CBS slechts gedeeltelijk verklaren.
Verklaringen verschil gebruiks- en afzetcijfers
Zo noemt het CBS verschillende factoren die een rol spelen. Zo worden de afzetcijfers vrijwel volledig waargenomen via een register van alle fabrikanten die middelen op de Nederlandse markt brengen, terwijl zo’n soort register niet beschikbaar is voor het gebruik in de landbouw- en tuinbouw. Ook kan voorraadvorming een rol spelen bij zowel afzet als gebruik. Nog een mogelijke verklaring dat de afzetcijfers hoger uitvallen, is doordat niet alle mogelijke gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen een vragenlijst van het CBS ontvangen, alleen (een steekproef van) landbouwbedrijven. Andere sectoren, zoals overheidsinstellingen, vervoerders, en industriële ondernemingen, die waarschijnlijk wel middelen gebruiken, ontvangen die vragenlijst niet. Vanaf 2020 mogen echter buiten de landbouw- en tuinbouw nauwelijks nog gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast.
Ook is niet van alle land- en tuinbouwgewassen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bekend. Alleen voor de 42 meest verbouwde akker- en tuinbouwgewassen wordt gevraagd op welke wijze het gewas wordt beschermd. Zij vormen bijna 85 procent van het areaal aan cultuurgrond (exclusief grasland). Van 15 procent van het areaal is het middelengebruik dus niet bekend, omdat het niet wordt uitgevraagd. Dit terwijl de afzetcijfers integraal zijn voor alle gewassen. Bij de gebruikscijfers wordt het (beperkte) middelengebruik op grasland niet meegenomen.
Kalender- en landbouwjaar
Verder hangen bodemziekten en -plagen samen met intensieve bouwplannen (krappe vruchtwisseling); binnen een bouwplan is soms onduidelijk aan welke teelt het middelengebruik moet worden toegerekend; de huidige teelt, de voorgaande teelt, of de volgende teelt. Verder worden voor de afzetcijfers het kalenderjaar van de teelt genomen, voor het gebruik van de 42 uitgevraagde gewassen (12 maanden van) middels de enquêtes het jaar van oogsten. Teelten als wintertarwe, en voorjaarsbloeiende bollen zoals tulpen, hyacinten, en narcissen, zijn voorbeelden waarbij het landbouwjaar niet gelijk is aan het kalenderjaar. Om deze reden wijken gebruik en afzet in een jaar van elkaar af, en kan bij het gebruik een deel worden gemist, aldus het CBS.

