Er zijn geen nieuwe aanwijzingen voor de aanwezigheid van de Aziatische boktor Apriona in Zuid-Holland, zo blijkt uit onderzoek. Na de vondst van een larve van de schadelijke uitheemse keversoort in een Enkianthus eind 2021, startte de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) een meerjarig onderzoek. Deze keversoort kan grote schade veroorzaken aan bomen en struiken.
Afgelopen jaren zijn er door inspecteurs herhaaldelijke controles in het gebied uitgevoerd waar de boktor werd aangetroffen. Planten en bomen zijn nauwkeurig onderzocht en er zijn monsters genomen en geanalyseerd in het laboratorium. Daarbij zijn geen nieuwe vondsten gedaan die wijzen op de aanwezigheid van de kever of larves. De NVWA concludeert hieruit dat de kever zich niet in de regio heeft gevestigd.
Alertheid blijft belangrijk
Goed nieuws voor de boomkwekerijsector in Zuid-Holland dus. De NVWA waarschuwt wel dat alertheid belangrijk en noodzakelijk blijft. Door internationale handel kunnen schadelijke organismen Nederland bereiken. Vroege opsporing en samenwerking met kwekers en keuringsdiensten blijven daarom essentieel.
Q-organisme
Ten tijde van de vondst stond de betreffende boktor nog niet op de quarantaine-lijst. Sinds 11 april heeft de kever, samen met nog twee andere Apriona wel de EU-quarantainestatus. Dit zijn Apriona germari, Apriona rugicollis en Apriona cinerea.

Apriona-boktorren komen voor in Azië. De larven boren gangen in de stam, takken en oppervlakkige wortels van veel soorten houtige gewassen, waardoor takken of zelfs hele bomen afsterven. De gangen, en vaak ook schimmels die hierdoor de boom binnenkomen, verminderen sterk de waarde van het hout van deze bomen. De ontwikkeling van ei tot adult kan meerdere jaren duren.

