Tijdens de jaarlijkse Tuinvlindertelling, van 11 tot en met 13 juli, zijn er iets meer vlinders gezien dan de afgelopen jaren. In vergelijking met de tellingen van 2009 tot en met 2016 zijn er wel veel minder vlinders geteld. Tot op het allerlaatst was het onduidelijk welke vlinder het meest geteld werd, want het veranderde per minuut, meldt de Vlinderstichting.
Uiteindelijk is de atalanta (foto) de winnaar, met bijna 23.000 vlinders, gevolgd door het klein koolwitje en de dagpauwoog. De Vlinderstichting is blij met het resultaat. „Het is een redelijk goed jaar voor de tuinvlinders. Vorig jaar was het dramatisch en was het de vlinderarmste telling sinds de start van de Tuinvlindertelling in 2009. Er zijn, tot en met zondagavond, bijna 15.000 tellingen ingevoerd en dat is ook een record. Per telling werden dit jaar 9,8 vlinders doorgegeven en dat zien we nu als een goede uitslag.”
Verschillen per provincie
Per provincie waren er flinke verschillen. In het westen van het land was de atalanta de talrijkste vlinder, maar in Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel was dat de dagpauwoog. In de zuidelijke provincies is het klein koolwitje het meest geteld. De kleine vos, een voorheen algemene tuinvlinder die ook al viermaal de meest getelde vlinder was, is maar weinig geteld. Alleen in Noord- en Zuid-Holland, Groningen, Friesland, en Flevoland stond deze vlinder in de top tien.
De koninginnenpage is bijna duizend keer doorgegeven. Deze grote, bijzonder gekleurde vlinder werd dertig jaar geleden alleen in Zuid-Nederland gezien. Door klimaatverandering is de soort volgens de Vlinderstichting nu in het hele land aanwezig. De kolibrievlinder, een nachtvlinder die overdag ook actief is in tuinen, is meer dan 3.500 maal geteld.

