Boomkwekerijgewassen moeten uitgezonderd worden van de verplichte rotatie van rustgewassen op zand- en lössgrond. Daarvoor pleit LTO bij het ministerie van LVVN in aanloop het Achtste Actieprogramma Nitraatrichtlijn (8e APN).
Het 8e APN zal per 1 januari 2026 ingaan. In de concepttekst staat de verplichting om eens per drie jaar een rustgewas in plaats van een productieteelt neer te zetten. Deze moet gaan gelden voor ’zuidelijke zand- en lössgronden’, wat overeenkomt met Brabant en Limburg.
Bedrijven met meerjarige teelten komen daardoor in de knel, aldus LTO. Sommige percelen zijn in gebruik in een rotatieschema met andere gebruikers. Daarnaast bijt een verplichte teelt van een rustgewas in elk derde jaar met meerjarige productieteelten.
Dit heeft volgens LTO een grote invloed op de bedrijfsvoering en het verdienvermogen van agrarische ondernemers op zand- en lössgrond. LTO spoort LVVN aan om de economische impact zorgvuldig af te wegen tegen de milieuwinst: in welke mate leidt een aangescherpte gewasrotatie daadwerkelijk tot verbetering van de waterkwaliteit?
Boomkwekerijgewassen zijn vanwege de meerjarige teelt al uitgezonderd van de verplichting om uiterlijk 1 oktober te zijn gerooid, en om vanaf die datum een vanggewas te moeten neerzetten. In het concept van het 8e APN staat het voorstel om deze lijst een aparte categorie ’meerjarige teelten’ te geven.
Vruchtbomen
LTO heeft LVVN ook gevraagd erover na te denken om vruchtbomen als rustgewas te beschouwen. In dat geval kunnen boeren deze bomen op hun perceel te zetten in een verplicht rustjaar. Onder boeren klinkt het dat er tot 15% hogere gewasopbrengst kan worden behaald op percelen waar vooraf vruchtbomen zijn gekweekt.
LTO hoopt dit aan te kunnen tonen en in te brengen in de gesprekken met LVVN. Nast de gewasopbrengst van boeren helpt dit ook vruchtboomkwekers. Als hun productiegewas door ondernemers in andere sectoren als rustgewas ingezet kan worden, wordt het wellicht makkelijker om grond te pachten.

