Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft dinsdag 14 oktober drie uitspraken gedaan in zaken over gewasbeschermingsmiddelen. Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) heeft verschillende gewasbeschermingsmiddelen op basis van de werkzame stoffen glyfosaat en cypermethrin voor het eerst, dan wel voor een nieuwe periode toegelaten voor het op de markt brengen en het gebruik in Nederland. Dat besluit is correct genomen oordeelt de rechter.
Stichting Pesticide Action Network Netherlands (PAN) en Meten=Weten zijn organisaties die zich keren tegen het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Zij zijn het niet eens met de toelatingsbesluiten van het Ctgb. PAN heeft zich verzet tegen de toelating van middelen op basis van glyfosaat en cypermethrin. Meten=Weten komt op tegen de toelating van gewasbeschermingsmiddelen op basis van glyfosaat. De twee organisaties vinden dat deze gewasbeschermingsmiddelen schadelijk zijn voor mens, dier en milieu en daarom niet mogen worden verkocht en gebruikt.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven geeft PAN en Meten=Weten geen gelijk. Met de uitspraken van de rechter wijzigt er niets aan de toelating van de gewasbeschermingsmiddelen. Een gewasbeschermingsmiddel mag in Nederland alleen worden toegelaten als de werkzame stof die in het middel zit door de Europese Commissie is goedgekeurd. Tegen de goedkeuringen van glyfosaat en cypermethrin lopen procedures bij het Gerecht en het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Natura 2000-gebieden
In de zaak van Meten=Weten is het rechtscollege niet toegekomen aan de beoordeling van het beroep over vijf gewasbeschermingsmiddelen, omdat deze middelen inmiddels niet meer mogen worden verkocht of gebruikt. De rechter geeft wel een beoordeling van de toelatingsprocedure van de gewasbeschermingsmiddelen die nog wel worden verkocht en gebruikt. Meten=Weten vindt dat het Ctgb bij de beoordeling van de toelatingen ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de Habitatrichtlijn en de gevolgen die het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. De rechter volgt Meten=Weten niet in dit standpunt. In de Wet natuurbescherming, die is gebaseerd op de Habitatrichtlijn, is het Ctgb namelijk niet het bevoegde bestuursorgaan. Ook is de toets door het Ctgb bij toelatingsaanvragen anders dan de toets uit de wet. Het Ctgb hoeft de Habitatrichtlijn daarom niet toe te passen.
Beoordeling voldoet
In twee zaken van PAN oordeelt de rechter dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd. Het Ctgb heeft namelijk pas nadat het besluit was genomen, gereageerd op wetenschappelijke studies waar PAN eerder op had gewezen. Deze studies zijn ook ingebracht in nu lopende procedures bij het Gerecht en het Hof van Justitie van de Europese Unie over de stoffen glyfosaat en cypermethrin.
Die procedures hebben tot nog toe geen verandering gebracht in de goedkeuring van de stoffen op Europees niveau. Daarom ziet de rechter geen om te komen tot een van die goedkeuring afwijkend oordeel over de stoffen glyfosaat en cypermethrin. Volgens PAN heeft het Ctgb onvoldoende betekenis toegekend aan de risico’s van het gebruik van de gewasbeschermingsmiddelen voor mens en milieu. De rechter oordeelt dat de beoordeling door het Ctgb voldoet aan de Europese gewasbeschermingsverordening.

