Zo’n 80 vertegenwoordigers van gemeenten, bedrijven en organisaties namen op 19 juni deel aan de jaarlijkse landelijke Q-organismendag. Dit jaar werd deze dag gehouden in Boskoop. Een onderdeel van deze dag was een praktijkoefening waarbij in beeld werd gebracht welke ingrijpende gevolgen een uitbraak van een Q-organisme kan hebben voor de boomkwekerijsector en hoe de sector zich daar beter op kan voorbereiden.
De dag werd geopend door burgemeester Erik van Heijningen. Hij gaf aan dat juist dit soort sessies, waarin verschillende regio’s, disciplines en organisaties samenkomen om te oefenen en met elkaar in gesprek te gaan, van belang zijn om goed voorbereid te zijn op een crisis.
Wethouder Relus Breeuwsma (Greenport Boskoop) gaf vervolgens aan dat er in de sector gelukkig al veel stappen gezet zijn om het handelingsperspectief te versterken. Maar dat oefenen met elkaar en kennisdelen de basis zijn voor een sterke en weerbare sector.
Fictief scenario
Voor de oefening was een fictief scenario bedacht: er komt een notificatie binnen van een andere EU-lidstdaat over een Japanse kever (Popillia japonica) die gevonden zou zijn in een exportpartij planten. Op last van EU-regels is een gebied afgebakend waarin de NVWA-maatregelen moet nemen: daaronder vernietiging van besmette planten en een verplaatsingsverbod voor planten met aanhangende grond.
In kleine groepjes is dit fictief scenario verder uitgewerkt, per groep bekeken vanuit een bepaald perspectief: gedupeerde kweker, handelaar in relevante waardplanten, particulier in afgebakend gebied, gemeenteambtenaar crisisbeheersing of communicatieprofessionals. Vervolgens zijn de bevindingen met alle aanwezigen besproken.
Belangrijk bij een vondst of een uitbraak is de impact in kaart brengen, snelheid van omgevingsonderzoek en traceerbaarheid van planten. Naast maatregelen (wat moet, wat kan niet) is het ook belangrijk voor betrokkenen om te weten: wat kan wél. Een uitbraak kan immers verregaande gevolgen hebben voor een regio en/of een sector.
’Feiten op een rij’
Michiel Gerritsen kijkt terug op een geslaagde oefening. „Het is goed om jaarlijks een geplande crisisoefening te doen, om de feiten met alle betrokkenen weer eens goed op een rij te hebben staan. In het geval dat er echt een Q-organisme gevonden zou worden, zijn de gevolgen immers groot voor de sector en de omgeving”, aldus de voorzitter van Stichting Belangenbehartiging Greenport Boskoop.
Hij zegt dat er ook ontwikkelingen zijn in de bestrijding van Q-organismen. „Zo waren Royal FloraHolland en Tuinbranche Nederland aanwezig, die bij het nieuwe project Kennis op Maat Fytosanitair meedoen. En burgemeester Van Heijningen presenteerde een informatiekaart Q-organismen, waarin de rol en taken van gemeente, andere overheden en betrokkenen staan beschreven. Daarmee is Alphen aan den Rijn de eerste gemeente die dat heeft.”

